Het diepste punt van de tramtunnel voorbij door Maaike Oppier
DEN HAAG | Een handjevol raadsleden, ambtenaren, verslaggevers en wethouder B. Bruins van verkeer en centrumzaken daalt achter ir. Henri Vergouwen, projectleider Tunnels Centrum van de gemeente Den Haag, de trappen van de tunnel af op de Kalvermarkt. De tramtunnel, na de Haagse ooievaar het bekendste begrip in Den Haag. Grappen over op het laatste moment toch maar niet meegebrachte zwemvliezen en snorkels is Vergouwen zijn gasten voor. Bij schoenen met open teentjes, gympen en degelijke instappers fronst hij zijn wenkbrauwen: "Ik weet niet of dat het juiste schoeisel is. Er ligt nog wel wat modder in de tunnel." Imposant Het ondergrondse bouwsel
is imposant. Alleen al het idee om, sinds half jaren negentig de eerste
schep in de grond ging, ónder de Grote Marktstraat door te kunnen
lopen op één, twee bouwlagen. De bovenste laag die na de
opening van de tunnel op 19 oktober 2004 als parkeerruimte met 375 parkeerplaatsen
zal worden gebruikt en de onderste bouwlaag, waar straks de tramrails
komen te liggen. Deftig Door naar het einde
van de 1250 meter lange tunnel. Zachtjes hellend beton op weg naar de
Grote Markt. Zijn we er al? Wat gaat dat snel als je niet wordt afgeleid
door langsflitsende fietsers, trams, overstekende voetgangers. Alleen
de geluiden van trams en een ambulancesirene zijn te horen. Marieke Bolle
van de PvdA vindt de tunnelwanden, in vergelijking met die in de metro
van Parijs, 'zo deftig voor een tunnel waar een trammetje doorrijdt'.
Vergouwen ziet er niets deftigs aan. "Het is ruw beton dat verder
geen afwerking krijgt. Behalve misschien graffiti." De contouren
van een perron, uitzicht naar de hemel, bijzondere steunbalken en andere
architectonische oplossingen 'voor de gedurende het bouwproces steeds
zwaarder geworden eisen aan de brandveiligheid'.
|