"Deze tunnel, dat is Den Haag"

Een stad, uitgegraven in de grond - zo omschrijft projectarchitect Rob Hilz het Souterrain. Niet zomaar een ondergronds tramperron, maar een plek waar alles bij elkaar komt: openbaar vervoer, parkeren, winkels. “Hagenaars zullen het altijd de tramtunnel blijven noemen, dat krijg je er nooit meer uit. Nou ja, als ze hem maar anders ervaren.”

Rob Hilz: “In de tunnel voel je je nooit opgesloten.”

In metrostations en parkeergarages kan het een sombere bedoening zijn. Schemerige holen met betonnen zuilen waarachter weet ik wat zich kan verschuilen. Maar de tramtunnel zal een heel andere indruk geven, belooft Hilz de Hagenaars. “Helderheid, daglicht, veel glas, zodat je je nooit opgesloten voelt. Zodra je binnenkomt, zie je de tram. En als je ‘s avonds je auto parkeert, word je nog steeds gezien door de mensen in het station.” Licht, activiteit en overzichtelijkheid, dat vinden mensen prettig, weet Hilz. De parkeergarage is tweemaal zo licht als de doorsnee parkeergarage. Er staat niet één betonnen kolom in waartegen je je bumper aan gort kunt rijden, de trappenhuizen zijn van glas en je loopt rechtstreeks vanuit de garage de winkels in. “Ook goed voor de winkels, want daar zijn de kelders toch altijd een beetje het voeteneind; die kunnen wel wat doorbloeding gebruiken.” Hilz werkte van 1995 tot 2000 bij het Rotterdamse architectenbureau OMA, aangevoerd door de gevierde Rem Koolhaas. Daar was Hilz als projectarchitect betrokken bij de bouw van het Souterrain. Toen hij zijn eigen bureau LAB-DA begon, nam Hilz de verdere uitwerking als opdracht mee. Veranderingen die er na die tijd optraden, gebeurden wel steeds in overleg met OMA.

Ruw beton

De belangrijkste verandering in die laatste jaren zat hem in de afwerking, vertelt Hilz. Aanvankelijk was er veel aandacht voor decoratie: stalen platen in een rode roestkleur aan de wand, een prachtige zachte steensoort uit Iran. “In die tijd lag de bouw stil vanwege het lek, en dat gaf ons de tijd om nog eens goed naar de tunnel te kijken. Ik kreeg steeds meer het gevoel: hoe meer je in zo’n tunnel stopt, hoe meer afbreuk je doet aan het eigenlijke idee. Toen ontstond het idee om de wanden gewoon onbekleed te laten, in ruw beton. Mooi verlicht. Dat geeft je het gevoel dat je in een rotsachtige omgeving zit, uitgegraven in de grond. Aan de andere kant: waar mensen die tunnel aanraken - de vloeren, de leuningen - daar moest het een beetje chique.” De betonnen wanden zijn bewerkt met een graffitiwerende coating. Ze kunnen dus goed worden schoongemaakt. Leidingen, kabels, geluid en verlichting zijn zoveel mogelijk weggewerkt. “Als je op zo’n ruwe wand ook nog allerlei kabels en pijpen ziet lopen, gaat het er aftands uitzien”, zegt Hilz.

Geen Moskou

Mensen hebben ooit wel eens tegen Hilz gezegd: we willen een tramtunnel die de kwaliteit heeft van de metro van Moskou, waar de stations ondergrondse paleizen zijn met prachtige luchters en zuilen en communistische beelden. Daarmee heeft Hilz niet zoveel: Den Haag is Den Haag en geen Moskou. “Maar die ruwe wanden met die chique vloer, dat geeft een prachtig contrast, en dat contrast, dat is Den Haag. Aan de ene kant de Haagse chique, aan de andere kant het echte leven en de rauwe directheid van de Hagenees.”